Wouter den Boer


Wouter den Boer

Nadat ik rond 1998 van de agrarische hogeschool afkwam, had ik nog geen idee over mijn verdere loopbaan. Mijn eerste baantje was een tijdelijk project bij Landschapsbeheer Zuid-Holland, waarbij ik hoogstamboomgaarden in de provincie in kaart bracht. Tot dan toe wist ik eigenlijk weinig van hoogstamfruitbomen. Otto Vloedgraven, die hier op het fruitpark ook een snoeiproject heeft, was toen mijn begeleider. Om meer over hoogstamfruitbomen te leren, stuurde hij mij naar een hoogstambrigade in de Vijfheerenlanden. Deze club met voornamelijk gepensioneerde mannen onderhield oude hoogstamboomgaarden onder leiding van wijlen Gerrit Streefkerk, of ‘Ome Gerrit’, zoals hij in de streek nog altijd bekend is. Deze man, die toen al over de 80 was, zette twee ladders in een oude goudreinet. Hij gaf mij een klapzaagje en een snoeischaar, klom zelf op de ene ladder en zei: ‘klim jij maar op de andere ladder en doe mij maar na’. Hij liet me lekker snoeien en stuurde mij waar het nodig was bij. Maar bovenal vertelde hij prachtige verhalen over de rijkdom die zo’n hoogstamboomgaard bezit. Over de natuurwaarde, het belang van de bloesem en het fruit, de rijke historie en het ambacht van het snoeien. Dit heeft mij zo sterk geïnspireerd, dat ik me nu al 20 jaar professioneel bezighoud met hoogstam- en leifruit.  

Mijn visie op hoogstamfruit
Hoogstamboomgaarden zoals wij die kennen, zijn een vorm van landbouw die ongeveer een eeuw geleden hoogtij vierde in ons land. Grootkronige fruitbomen met sterkgroeiende onderstammen op ruime afstand van elkaar in bloeiende graslanden. Snoeien en oogsten ging met behulp van lange ladders en handgereedschap. De bomen mochten groot en oud worden, zolang ze nog maar voldoende opleverde. Onder de bomen graasde vee. Het (snoei-)beheer kon bij gespecialiseerde bedrijven behoorlijk intensief zijn, maar er waren ook extensievere boomgaarden. Daar was rust en meer ruimte voor natuur. Deze afwisseling in landgebruik is goed voor de biodiversiteit. Dit is de reden dat ik maar één missie heb, namelijk: “De hoogstamboomgaard behouden en benutten als duurzame bron van fruit.”

Mijn visie op snoeien: ‘De fruitboom als werkplek’
Het liefst zie ik een hoogstamboomgaard met een zo groot mogelijke gebruikswaarde en veel ruimte voor natuur. In de loop der jaren heb ik een duidelijke eigen visie ontwikkeld, namelijk: ‘de fruitboom als werkplek’. Het beheer is primair gericht op het krijgen van vitale fruitbomen met toegankelijke kronen waarin je veilig kunt snoeien en oogsten. Dit vertaalt zich in mijn manier van snoeien. In de jeugdfase (ca 0 – 10 jaar) is mijn snoei puur gericht op groei en opbouw tot een sterk gestel van de hoogstamboom. Ik maak hierbij gebruik van een driepootladder. Daarna gaat de boom richting de draagfase (10 – 25 jaar). Het gestel wordt geleidelijk stevig genoeg om met een ladder tegenaan te leunen. Ik maak daarvoor, zoals dat ook vroeger gebruikelijk was, boven in de boomkroon zogenaamde ‘ladderzetten’; stevige gevorkte takken waartussen je de top van de ladder kunt zetten. Dit maakt de snoei niet alleen uitermate veilig, maar ook praktisch en overzichtelijk. Ook wordt hierdoor de fruitoogst goed bereikbaar. Vanaf deze leeftijd maak ik gebruik van aluminium opsteekladders die speciaal gemaakt zijn voor snoeien van hoogstambomen. Bij volwassen hoogstambomen ( > 25 jaar) is mijn snoei primair gericht op het behoud van veilige en compacte kronen die goed toegankelijk zijn, met daarin een goede balans tussen vitaliteit en vruchtdracht. Ik stem mijn aanpak af op de natuurlijke groei- en karaktereigenschappen van elke individuele boom.

Hoogstamfruitbomen snoeien is een vak dat je leert door veel uren te maken en aldoor te blijven terugkoppelen. Fruit plukken hoort daar onlosmakelijk bij. Van samenwerken met allerlei fruitboomdeskundigen, waarvan de meeste ook op het fruitpark snoeien, leer ik veel. Met deze ‘lessen’ en mijn eigen praktijkervaringen, bouw ik steeds meer kennis op over dit prachtige ambacht.

Mijn snoeiproject
Het bomenbestand

Mijn snoeiproject bestaat uit zes appelbomen van verschillende rassen, namelijk: Winterramboer, Notarisappel, Ossekop, Dubbele Binderzoet, Lentse Rode en Gronsvelder Klumpke. De bomen hebben een zeer divers karakter, van een compacte steile vorm tot een ijle teurvorm. 

Overname van Bernard Witteveen

Begin april 2018 heb ik het snoeiproject van Bernard Witteveen overgenomen. Dit betekent dat ik te maken krijg met fruitbomen van ca 10 jaar oud, met eigenschappen die ik nog niet heb kunnen ‘leren kennen’. Daarnaast is mijn uitgangssituatie dat de bomen tot nu toe zijn opgebouwd door mijn voorganger. Ik zie hierin geen enkele belemmering, want met een gezonde jonge boom kun nog je alle kanten op.