Bernard – Snoeiprincipes


Snoeiobject Bernard Witteveen op het Fruitpark:

De toewijzing van een snoeiobject op het Fruitpark heb ik als zeer eervol in dank aanvaard.

In de periode dat ik de cursussen voor Landschapsbeheer Gelderland heb verzorgd, zijn mijn ideeën over de snoei van hoogstammen ontstaan. Belangrijk daarbij was dat ik bijna alleen maar met cursisten had te maken, die zelf geen fruitteler zijn.

Bij mijn methode wordt zo veel als mogelijk uitgegaan van een harttak. Dat is nl. de meest makkelijke en inzichtelijke manier om een boom op te bouwen. Er wordt voor gezorgd dat de eerste takken op 1,80 mtr. op de stam staan. Uit deze takken worden de 3 of 4 beste gekozen. De rest wordt weggeknipt. De meest rechtopstaande wordt hierbij als harttak aangemerkt. De overige takken worden uitgebogen als ze niet voldoende horizontaal staan. Hierbij wordt eerst driedraads tomatentouw in een lus om de betreffende takken bevestigd en daarna aan de boompaal bevestigd. Met drie à vier maanden is dit touw verteerd, waardoor het niet in de takken ingroeit. De takken zijn dan inmiddels voldoende gefixeerd.

Vervolgens kunnen de horizontale takken dan ingesnoeid worden. De dikste worden daarbij minder ver ingesnoeid dan de dunnere (snoei geeft groei). Het afknippen van de takken moet altijd gebeuren net boven een buitenoog. Dat is de knop, die zo ver mogelijk van de stam afzit (aan de buitenkant van de tak). Het is daarom van belang dat de takken eerst uitgebogen worden, zoals boven weergegeven en daarna pas gesnoeid. Wordt een tak direct gesnoeid bij het vastpakken, dan kan de tak zodanig zijn gedraaid, dat een buitenknop een binnenknop wordt en andersom. Laat je de tak daarna weer los, dan draait de tak weer terug naar zijn oude stand en blijkt dat je hem hebt afgeknipt boven een binnenknop in plaats van boven een buitenknop.

Ook de harttak wordt ingesnoeid op 40 à 50 cm. boven de eerste zijtakken. Kies daarbij bij voorkeur een oog aan de kant van de heersende wind (zuidwest, west) zodat de harttak zo veel mogelijk wordt gedwongen om verticaal door te groeien. Deze opzet is vooral in het begin van groot belang voor de groei in de volgende jaren. Voordeel van deze methode is, naast de goede toepasbaarheid voor niet-fruittelers, dat de harttak altijd een goede belichting heeft, waardoor deze sterk wordt en minder hard groeit. Later kan hieraan toegevoegd worden de goede beluchting, waardoor de bladeren snel drogen. Dit heeft een verminderde schurftaantasting tot gevolg. Als de boomkroon de gewenste hoogte heeft bereikt en de boom goed vrucht draagt, kan de harttak op de gewenste hoogte afgezet worden. Deze methode kan ook gevolgd worden voor peren. Alhoewel er dus bij voorkeur uitgegaan wordt van een harttak bij de snoei, zijn er appelbomen waarbij dat niet mogelijk is. Als alternatief wordt dan gekozen voor de bolkroon als snoeivorm. Van beide snoeivormen, zijn voorbeelden in het aan mij toegewezen object te vinden:

Met harttak:

·         Gronsvelder Klumpke
·         Dubbele Binderzoet
·         Lentsche Roode

 Met bolkroon:

·         Ossekop (Dubbele Belle Fleur)
·         Winterramboer
·         Present van Engeland (nog niet zeker)

In het voorjaar van 2009 begin ik met de eerste snoei van de aan mij toegewezen bomen.