Otto – Snoeiprincipes


Algemene principes bij mijn snoeimethode

Uitgangspunten en doelen

In het verleden ging men bij de vormsnoei van hoogstamfruitbomen meestal uit van standaardmodellen, zoals wel of geen harttak, een bepaald aantal gesteltakken, takken in bepaalde hoek. Zo stond het in veel boekjes en cursusmappen in het verleden en zo ben ik ook begonnen met snoeien.
Door jarenlange ervaring heb ik echter geleerd dat een (fruit)boom zo dynamisch groeit in de loop van de tijd dat het snoeien volgens een standaardmodel per definitie tot mislukken gedoemd is. Of alleen is weggelegd voor hele deskundige snoeiers. Ik heb geprobeerd een andere snoeimethode toe te passen en op papier te zetten. Die snoeimethode heb ik dynamische ontwikkelingssnoei genoemd en dat ook beschreven in het Handboek Hoogstamfruit uit 2008. Dat is ondertussen 10 jaar geleden en in de tijd daarna heb ik nog veel bijgeleerd en dat heeft ook geleid tot bijstellen van een aantal van mijn idee├źn over vormsnoei.

Bij de dynamische ontwikkelingssnoei hanteer ik de volgende uitgangspunten:

  • elke boom groeit op haar eigen manier en het is heel moeilijk om de boom  volgens een bepaald standaardmodel op te bouwen (en ook onnodig).
  • snoeien is dus niet gericht op het verkrijgen van een bepaald model, maar op het vormen van een zo evenwichtig mogelijk opgebouwde kroon.
  • de tips over snoeien hebben dan ook vooral betrekking op situaties waarbij het evenwicht verstoord dreigt te worden, dus correctiesnoei.
  • zoveel mogelijk keuzes voor opbouw (dus gesteltakken) worden opengelaten. Dus zoveel mogelijk hout laten zitten en pas wegsnoeien als het elkaar in de weg gaat zitten.

De volgende zaken wil ik bereiken met het snoeien van jonge hoogstamfruitbomen

  • een boom moet in de beginjaren vooral groeien.
  • een boom moet in de hoogte groeien.
  • een boom moet in de breedte groeien.
  • de gesteltakken moet voldoende stevigheid krijgen.

Welk eindbeeld heb je voor ogen?
Ik heb gemerkt dat het heel belangrijk is om in discussies over opbouw van hoogstambomen en over vormsnoei duidelijk te krijgen wat het eindbeeld moet worden. Wil je bijv. een grote landschappelijk mooie hoogstamfruitboom of een relatief klein boompje in een tuin? Mijn doel is meestal om een mooie grote hoogstamfruitboom te krijgen die ook makkelijk en veilig te snoeien en te plukken is. Dat betekent een fruitboom die minimaal 6m breed en hoog is. En die de klassieke bolvorm heeft van de ouderwetse appelhoogstambomen (en vele perenhoogstammen).

Voordelen van een bolvorm
Makkelijk en veilig plukken en snoeien is het eenvoudigst te bereiken bij een bolvorm. Oude hoogstamfruitbomen die regelmatig gesnoeid zijn hebben ook een soort bolvorm met een relatief brede (en platte bovenkant) en een redelijk steile zijkant. Daar (in de buitenkant van de kroon) zit het meeste en mooiste fruit. Daar moet dus ook de ladder staan om vervolgens zowel onder als boven in de boom fruit te kunnen plukken en te kunnen snoeien.

Opbouw met een aantal hoogtelijnen
 Om de bolvorm te maken kies ik voor de opbouw met meerdere gesteltakken omhoog. Dat betekent eigenlijk een vorm met meerdere harttakken, of wel hoogtelijnen. Dat zijn gesteltakken die vrij steil groeien en waaraan zijetages groeien. Aan die zij-gesteltakken groeit dan aan de buitenkant  het vruchthout dat zorgt voor het uiteindelijk model van de kroon. De opbouw met meerdere hoogtelijnen leidt bij appels makkelijker tot een bolvorm, dan een opbouw met harttak en die opbouw komt ook meer overeen met de natuurlijke vorm van de appelboom. Ook zie je bij oude appelhoogstambomen bijna nooit een harttak. Peren kunnen makkelijker worden opgekweekt met een harttak. Maar dan is het wel moeilijker de hoogte in bedwang te houden en blijft de boom relatief smal. Daarom kies ik bij perenbomen ook voor een opbouw met meerdere hoogtelijnen.