Sienis – 2009


Snoeiproject 2009 - Sienis Geurts

 

Verslag van het eerste snoeiwerk van de jonge hoogstam
fruitbomen op het Nationaal Fruitpark.
De vorm- en opbouwsnoei van jonge hoogstam fruitbomen.
Verslag van het eerste snoeiwerk van de jonge hoogstam fruitbomen op het Fruitpark.

Van jonge hoogstam fruitbomen mag worden gezegd dat deze tot ongeveer in hun 20e levensjaar in hun jeugdfase verkeren. In deze periode is het van groot belang dat de jonge hoogstam fruitboom een goede vorm- en opbouw snoei ondergaat om uit te groeien tot de grote volwassen hoogstam bomen die wij allen zozeer waarderen.

Op het Nationaal Fruitpark is mij de eer te beurt gevallen om 2 percelen met hoogstam aanplant te mogen snoeien, te weten 1 met hoogstam appelbomen en 1 met hoogstam perenbomen, welke voornamelijk uit stoofperen bestaat.

Zoals ik al eerder hierboven heb aangegeven is het niet zo van belang om te weten welk ras dat men gaat snoeien, reden waarom ik hier niet alle rassen, welke ik in dit project zal snoeien, ga vermelden. Iedere afzonderlijke boom op het Fruitpark is voorzien van een bordje, met daarop de rasnaam.

In het jaar van aanplanten heb ik bewust de keuze gemaakt om geen snoeiwerk aan de jonge bomen te doen. De aanplant van de betreffende bomen gebeurde pas laat in het voorjaar van 2008 en het is mijn ervaring dat als je fruitbomen laat in het voorjaar snoeit, de groeireactie gering is, terwijl voor de ontwikkeling en opbouw van jonge hoogstam fruitbomen een sterke groei noodzakelijk is, niet doen dus dat late snoeien, uitstel tot de volgende winter/voorjaar.

Aan het einde van de winter van 2008/2009 ben ik de aan mij toegewezen aanplant gaan snoeien.

Bij de snoei van jonge hoogstam fruitbomen is het van belang om de volgende stelling als uitgangspunt te houden:

                    “BANGE SNOEIERS MAKEN LELIJKE BOMEN!!”

Bijna alle hoogstam fruitbomen zijn en worden opgebouwd volgens de zgn. Bolkroon vorm. De bolkroon houd in dat het basisframe van de boom bestaat uit minimaal 2 min of meer loodrecht opgroeiende takken. We bekijken de jonge boom die we gaan snoeien eerst eens van meerdere kanten op de grond, een tak die van de ene kant bekeken verkeerd staat of in de weg zit, kan van de andere kant bekeken wel onmisbaar zijn. Pas na het van verschillende kanten een beeld vormen van de situatie, plaatsten we de trap of ladder.

Bij voorkeur bij jonge bomen een houten driepoot ladder of een aluminium trap voor buitenwerk, een zogenaamd quickie waaronder onder de 4 poten 2 aluminium dwarsliggers zijn bevestigd waardoor het wegzakken in de bodem en het kantelen van de trap, als we daarop staan te snoeien, voorkomen wordt.

Als eerste nemen we die takken weg die van de ene kant van de boom, dwars door de kroon heen, naar de andere kant van de kroon groeien.

Vervolgens nemen we schurende en eventueel door het transport, of het rooien van de boom op de kwekerij, erg beschadigde takken weg. Daarna gaan we kijken welke opgaande takken er geschikt zijn om als basis te dienen voor de uiteindelijke kroon en boomvorm.

Voor de uiteindelijke kroon hebben we bij appel minimaal 2 maar bij voorkeur 3 of zelfs 4 omhoog groeiende takken nodig, liefst in een stand waarbij deze takken iets naar de buitenzijde van de kroon nijgen. Bij peer, pruim en ook kers kunnen zelfs al 2 takken voldoen om de uiteindelijke kroon te vormen. We zoeken dus een paar takken uit welke we geschikt achten om de kroon te vormen en knippen deze takken fors in op een oog of bladknop welke aan de buitenzijde van de tak zit.

Dit forse inknippen, van minimaal 40% van de lengte van de tak, gebeurt om de hergroei te bevorderen.

De keuze van het oog of de bladknop aan de buitenzijde wordt gemaakt omdat ik wil dat de te ontstane hergroei naar de buitenkant van de boom plaats vind, en niet naar binnen. Groei naar binnen gericht maakt de boom compact, klein en dicht.

Groei naar buiten gericht zorgt voor brede opgaande kronen welke straks mooie grote bomen zal geven.

De omhoog groeiende dunne takjes die we nodig hebben voor de kroonopbouw en welke dunner zijn in doorsnede dan een cm., knippen we dit jaar nog niet in om de simpele reden dat de gewenste groeireactie hier niet zal ontstaan, des te dikker de tak die men doorknipt of zaagt, des te sterker zal de groeireactie zijn…..

Overige lange takken, welke langer zijn dan de lengte van de snoeischaar, en die misplaats zijn in de kroon, zoals te dicht bij een tak staan die we wel aanhouden of naar binnengroeien, halen we in het geheel weg.

Ik ga er vanuit dat thans het “Bange snoeiers maken lelijke bomen” beter te plaatsen is…….

Voor het overige kijken we ook nog even of er opschot aan de stam is ontstaan of wortelopslag uit de grond, en snoeien we dit ook weg. Nog beter is het om eventuele uitlopers op de stam in het voorjaar/zomer met je duim weg te wrijven of poetsen. Dit zal minder hergroei reactie geven in het volgende jaar en laat de boom er gedurende de zomer er ook netter en verzorgder uitzien.

Verder gaan we geen takken uitbuigen met touwtjes of met bamboe stokken in een bepaalde stand zetten, uitbuigen verzwakt de groei en verhoogt de vruchtbaarheid welke ten koste gaan van de groei. Jonge hoogstambomen worden alleen maar groot door groei en snoei, een te vroege vruchtbaarheid zorgt voor het doorzakken van gesteltakken waardoor de lengtegroei van deze takken stopt en de jongen bomen op een gegeven moment meer gelijkenis gaan vertonen met Bonsaibomen dan met jonge hoogstam fruitbomen….

Tot zover een verslag van het eerste snoeiwerk aan de fruitbomen op het Nationaal Fruitpark.

Verslag van werkzaamheden en bevindingen 9 juni 2009.

Vandaag  vond ik het tijd om weer een aantal werkzaamheden aan de aanplant op het Nationaal Fruitpark te doen.

Ik nam aan de bomen waar dat deze te lijden hadden aan de vrij droge periode welke we de afgelopen tijd hebben gehad, alle inspanningen ten spijt van de medewerkers van de fam. Peters om de bomen van water te voorzien.

Aan de bomen was duidelijk waarneembaar dat bij een groot aantal scheuten de (lengte) groei al was afgesloten.

Ook was er tijdens het dunwerk aan de kleine vruchtjes, vreetschade van de rups van de wintervlinder waarneembaar, dit jaar door geheel Nederland veel te zien.

Vandaag heb ik wortelopslag alsmede stamopschot bij de appel- en perenbomen verwijderd.

Ook was het nodig om bij een aantal appelbomen welke met een te groot aantal vruchten bezet waren,  ca. 80% van deze nu nog kleine vruchten, te verwijderen.

Het dunnen  heb ik gedaan omdat deze grote hoeveelheid vruchten een te groot negatief effect hebben op de groei van de jonge bomen.

Een dergelijke hoeveelheid vruchten onttrekken teveel energie aan de boom waardoor de lengtegroei van de nieuwe scheuten teveel achterblijft of stil valt.

Ook zorgt een te vol behang met vruchten voor het doorzakken van gesteltakken waardoor ook de groei van de betreffende gesteltak afneemt of wordt stil gezet.

Het verwijderen van de vruchten bij appel, peer en pruim noemt men in het vakjargon “dunnen”, bij druif noemt men dit “krenten”.  

Het “dunnen” van fruit gebeurt om meerdere redenen.

Vruchtdunning zorgt allereerst voor grotere en smakelijker vruchten.

Voorts zorgt tijdige vruchtdunning voor het voorkomen van een zogenaamd “beurtjaar”. Een aantal appel- en perenrassen is gevoelig voor een volle vruchtdracht.

In dezelfde tijd dat appels en peren uit moeten groeien tot volwaardig fruit, maakt de appel- en perenboom nieuwe gemengde knoppen aan voor het volgende seizoen.

Een aantal rassen bij appel en peer is dermate gevoelig voor een volle vruchtdracht dat deze daardoor niet voldoende energie kunnen vrij maken voor het vormen van nieuwe gemengde knoppen. Dit verschijnsel noemt men in de fruitteelt een “beurtjaar”.

Het dunnen bij pruimen gebeurt bij professionele telers al voor de eerste keer in de bloei, later volgt er nog een keer een hand dunning, met de vingers worden vruchten van de steel af gedund. Van dit dunwerk wordt al vanouds schertsend gezegd dat je dit het beste door je grootste vijand kan laten doen….

Niet zozeer omdat je een vreselijke hekel kan hebben aan dit monnikenwerk maar meer omdat deze persoon de enige is die er tenminste voldoende vruchten af zal dunnen…..

Bij appel wordt er door fruittelers ook vaak al in de bloei voor de eerste keer gedund waarna er ook nog weer een hand dunning volgt. Deze dunning kan met de vingers worden uitgevoerd of met een speciaal voor dit werk ontworpen dunschaartje waarmee je door de steel van de vrucht heen kan knippen, welke de beste dunmethode is.

Met uitzondering van het ras Gieser Wildeman, worden alle peren pas in juni gedund, nadat de natuur zijn dunningswerk heeft gedaan door de zgn. junirui, een gebeurtenis waarbij fruitbomen spontaan een aantal kleine vruchtjes laten vallen.

Factoren als groeiniveau, het weer, vochtvoorziening van de fruitboom spelen hierin een belangrijke rol.

Bij het stoofperenras Gieser Wildeman wordt soms al in de bloei gedund.

Gehele bloemclusters worden handmatig weggebroken om te voorkomen dat een uitbundige bloei, welke Gieser Wildeman vaak vertoont, een negatief effect heeft op de vorming van nieuwe gemengde knoppen voor het volgende jaar.

Einde verslag werkzaamheden van 8 juni 2009.